Een gevangenis is geen hotel. Of wel?

Fred T. en zijn wetsvoorstellen

Toen Fred Teeven op 9 maart 2015 zijn aftreden als staatssecretaris bekend maakte, slaakte het strafrechtelijk betrokken deel van Nederland een zucht van verlichting. Zijn wetsvoorstellen maakten het hen – verdachten, veroordeelden, gevangenispersoneel, rechters, strafrechtadvocaten, etc. – er niet gemakkelijker op. Van voorstellen om óók niet-veroordeelden een VOG (verklaring omtrent het gedrag) te kunnen weigeren, tot een verplichting voor rechters om in bepaalde gevallen naast een taakstraf een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, tot flink snijden in de vergoeding voor advocaten voor de door hun verleende rechtsbijstand. En nog veel meer, waarmee hij geen vrienden heeft gemaakt.

Kortom, genoeg redenen om te hopen op een beter strafrechtelijk klimaat na het aftreden van Fred T. Helaas krijgen we de naweeën van zijn staatssecretarisschap – een aantal wetsvoorstellen, dat nog behandeld moe(s)t worden – nog wel voor onze kiezen. Onder meer met de voorstellen “Eigen bijdrage van veroordeelden aan de kosten van de strafvordering en de slachtofferzorg” en “Eigen bijdrage verblijf justitiële inrichting”.

Waarom niet?

In voornoemde wetsvoorstellen wordt onder meer geregeld dat mensen, die worden veroordeeld voor een strafbaar feit, zelf een deel van de kosten voor de rechtszaak en voor het (eventuele) verblijf in de gevangenis moeten betalen. Het is volgens de indiener van de wetsvoorstellen niet rechtvaardig dat dergelijke kosten door de samenleving worden gedragen. Want waarom zouden wij, belastingbetalers, moeten opdraaien voor de kosten van boeven? Bovendien zou met de wetsvoorstellen een jaarlijkse netto-opbrengst van € 65 miljoen worden gerealiseerd. € 65 miljoen! Dat klinkt helemaal niet zo slecht. Waarom zouden we veroordeelden dan niet hun eigen kosten laten betalen?

Daarom niet.

Omdat een gevangenis geen hotel is

Je kiest er niet voor om in een gevangenis te zitten. Wellicht heb je iets gedaan, dat in de ogen van velen een gevangenisstraf rechtvaardigt, maar een keuze is het niet. Je wordt verplicht om in die gevangenis te verblijven. En die gevangenis is niet zo’n hotel als velen denken. Iemand die gedwongen verblijft op een bepaalde locatie, moet je niet dubbel straffen om hem of haar daarvoor ook nog eens te laten betalen.

Omdat de beloofde opbrengst van 65 miljoen een wassen neus is

De meeste veroordeelden hebben het niet zo ruim: driekwart heeft schulden, een derde zit in de bijstand (zo blijkt uit de Monitor nazorg ex-gedetineerden). Tijdens detentie worden uitkeringen stopgezet, en is de enige bron van inkomsten dus vaak de arbeid in de gevangenis. Deze mensen zouden – bij een veroordeling door een MK (meervoudige kamer) tot een gevangenisstraf van twee jaar – een bedrag van € 13.920 aan de Staat verschuldigd zijn. Om dat bedrag in perspectief te plaatsen: het basisuurloon voor een gedetineerde is € 0,67. Om het verschuldigde bedrag te verdienen met de arbeid in de gevangenis, moet 20776 uur (c.q. 2597 werkdagen c.q. 9,99 jaar) worden gewerkt.

Omdat daarmee een toename van schulden en criminaliteit wordt veroorzaakt

In een brief van de (toenmalige) staatssecretaris wordt, in een toelichting op de eigen bijdrage voor gedetineerden, gesteld dat “Te allen tijde moet worden voorkomen dat een gedetineerde schulden zou opbouwen of vergroten als gevolg van een eigenbijdrageregeling.” Uit voornoemde cijfers blijkt echter dat bezwaarlijk kan worden volgehouden dat de eigen bijdrage niet tot schulden bij veroordeelden en ex-gedetineerden zou leiden. En, zoals kennelijk óók bij de staatssecretaris bekend is, “is het hebben van schulden één van de belangrijkste criminogene factoren” (Kamerstukken II 2007/08, 31200 VI, nr. 109, p. 3). Met andere woorden: het is niet de bedoeling om veroordeelden en ex-gedetineerden verder in de schulden te helpen, omdat schulden tot een toename van de criminaliteit leiden, maar we doen het toch.

Omdat de kosten (in ieder geval in het begin) juist zullen toenemen

Het innen van de eigen bijdragen kost veel geld. Méér geld dan het innen van geld in het algemeen kost. De doelgroep, van wie het geld moet worden geïnd, is immers een betrekkelijk lastige. Volgens de toelichting op het voorstel moet rekening worden gehouden met een aanloopverlies van € 34 miljoen. En de netto-opbrengst van de eigen bijdrage voor detentie zal naar verwachting volgens de Impactanalyse van Bureau Significant ergens tussen de min één en zestien miljoen liggen.

Naast de kosten voor het innen, zullen ten gevolge van de eigen bijdragen ook andere kosten ontstaan. Te denken valt aan kosten van schuldhulpverlening en kosten van beroepsprocedures.

De afdeling advisering van de Raad van State heeft desgevraagd de Staatssecretaris geadviseerd af te zien van de voorgestelde eigen bijdragen en het wetsvoorstel niet (in die vorm) te zenden aan de Tweede Kamer. Een verstandig advies. Uit het bovenstaande blijkt immers dat de financiële en maatschappelijke lasten ten gevolge van de eigen bijdrages groter zullen zijn dan de opbrengsten ervan. Los van het feit dat er principiële bezwaren zijn, is er dus ook geen goede (financiële) reden om wél over te gaan tot het opleggen van eigen bijdragen aan veroordeelden en gedetineerden.

Stand van zaken

De wetsvoorstellen zijn, ondanks voornoemd advies van de Raad van State, ingediend en op 23 juni 2015 aangenomen door de Tweede Kamer. Het voorbereidend onderzoek door de Eerste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie (V&J) vindt plaats op 29 september 2015.

Mr. Sabine ten Doesschate

Vragen hierover? Neem contact op met mr. Voors door middel van onderstaand contactformulier.

Contact Form

 

Actueel Nieuws

Nieuws