Gratis en voor niets komt de zon (niet) op

Ben jij ook pro deo advocaat?” Waarmee doorgaans wordt bedoeld: werk jij voor niets? Een vraag die een strafrechtadvocaat menig keer te horen zal hebben gekregen. De vrijheid nemend om namens vrijwel iedere advocaat te spreken: nee. Wij werken niet voor niets. Ook wij hebben huren of hypotheken, kinderen, en/of andere lasten. En ook wij moeten dus geld verdienen.

Als je een advocaat nodig hebt, maar de daarbij horende kosten niet zelf kunt betalen, springt de overheid in. Het is dus niet zo dat die advocaat in dat geval niets betaald krijgt. Die advocaat krijgt wel betaald, alleen niet (althans: niet volledig) door de cliënt zelf. Je krijgt dan een “toevoeging”: in beginsel een vast bedrag dat per zaak door de Raad voor Rechtsbijstand aan de advocaat wordt uitgekeerd. Geregeld, top. Tot 1 maart a.s.

Vanaf 1 maart a.s. hebben verdachten – eindelijk, na een zwaar bevochten juridische strijd – recht op de aanwezigheid van een advocaat tijdens een verhoor bij de politie. Dat is geweldig nieuws. Daar is, terecht, onder meer door ons kantoor (zie artikel  “De Hoge Raad is om: rechtsbijstand bij politieverhoor is een feit”), ook al uitvoerig bij stilgestaan. Eén van de vragen, die ook in dat stuk is opgeworpen, is de vraag naar de financiën. Hoe wordt die verhoorbijstand betaald? Die toevoeging, waaraan ik eerder refereerde, wordt dan nog niet verstrekt. Je hebt pas recht op dergelijke gefinancierde rechtsbijstand vanaf het moment dat de rechter-commissaris de bewaring beveelt of, indien geen sprake is van voorlopige hechtenis, je wordt gedagvaard door het OM. In verreweg de meeste gevallen hebben de verhoren dan al plaatsgevonden.

Voor bepaalde rechtsbijstand die dient te worden verleend, vóórdat een toevoeging wordt verstrekt, wordt een “piketvergoeding” gegeven. Voor het bezoek aan het politiebureau, en voor de rechtsbijstand tijdens een eventuele voorgeleiding, worden (bescheiden) vergoedingen verstrekt. Voor verhoorbijstand is dat niet, althans nog niet, geregeld. Het is één ding dat het recht op dergelijke bijstand met ingang van 1 maart a.s. wordt erkend. Dat is echter voor het overgrote merendeel van de verdachten, dat dergelijke rechtsbijstand niet zelf zal kunnen betalen, een wassen neus, als daarvoor geen (reële) vergoedingen worden verstrekt door de overheid.

Minister Van der Steur (van Justitie en Veiligheid) is voornemens de vergoedingen voor verhoorbijstand te gaan regelen. Hij heeft aangegeven aansluiting te zoeken bij het jeugdstrafrecht, waarin verhoorbijstand al langer een feit is. In jeugdzaken wordt een vergoeding uitgekeerd van ongeveer honderd tot, in zwaardere zaken, tweehonderd euro voor het bijwonen van de verhoren. Als daarbij zou worden aangesloten in het volwassenenstrafrecht, waarin zwaardere zaken (veel) meer voorkomen, vraag ik mij af of advocaten in staat zullen zijn om verhoren bij te wonen. Een verhoor neemt vaak ten minste twee uur in beslag. In het geval van een lichte zaak met één verhoor, zou dat dus geen grote problemen moeten opleveren. Door de minister is de hoogte van de vergoeding echter volledig losgekoppeld van de duur en het aantal verhoren. Er zijn zaken waarin in totaal zo’n tien verhoren plaatsvinden vóór de toevoegingsfase. Dat kan de drie dagen – met drie dagen te verlengen, en dus soms zes dagen – tot het moment waarop de toevoeging wordt verstrekt, vrijwel volledig in beslag nemen. Die verhoren kunnen bovendien plaatsvinden op politiebureaus die niet om hoek zijn. Reistijd wordt niet vergoed. Van der Steur heeft naar aanleiding van een Kamervraag over dit onderwerp erkend dat de vergoeding in sommige situaties “aan de krappe kant” kan zijn. Dat is, gelet op het feit dat de vergoeding in het genoemde voorbeeld zou neerkomen op een vergoeding van zo’n acht euro per uur (of zelfs, bijeen verlenging met drie dagen, vier euro per uur) bijzonder begripvol van de heer Van der Steur. Hij heeft inmiddels laten weten nu te denken aan een verhoging van de voorgenomen vergoeding tot ongeveer honderdvijftig tot driehonderd euro. Dat zou, in het geval van drie dagen met verhoren, neerkomen op dertien euro (of, bij een verlenging, een kleine zeven euro) per uur.

De huidige stand van zaken is dat er in het geheel geen vergoeding is geregeld en dat er slechts zicht is op een voornemen tot te verwaarlozen vergoedingen, terwijl een verdachte over, op het moment van het schrijven van dit stuk, ruim twee weken recht heeft op verhoorbijstand. Als de vergoeding niet wordt geregeld, zal de schrijnende situatie ontstaan dat die zon uitsluitend gaat schijnen voor de gelukkigen die dat zelf kunnen betalen.

Update n.a.v. de Nieuwsbrief van de Raad voor Rechtsbijstand:

De Raad heeft inmiddels een beleidsregel vastgesteld op grond waarvan de advocaat die een verhoor heeft bijgewoond, een vergoeding € 105,61 dan wel € 316,83, afhankelijk van de ernst van het strafbare feit waarvan iemand wordt verdacht, kan krijgen. Deze hoogte staat vast, ongeacht het aantal verhoren dat heeft plaatsgevonden (de forfaitaire vergoeding wordt dus verstrekt als er één, maar ook als er meerdere verhoren hebben plaatsgevonden).

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft de Tweede Kamer laten weten dat zal worden onderzocht wat de gemiddelde duur van de verhoren is in de beginfase van een strafzaak. Mogelijk zal aan de hand daarvan worden bezien of de regeling dient te worden aangepast.

mr. Sabine ten Doesschate

Vragen hierover? Neem contact op met mr. Voors door middel van onderstaand contactformulier.

Contact Form

 

Actueel Nieuws

Nieuws