Onredelijk lange betaaltermijnen

Als ondernemer in het midden – en kleinbedrijf zult u er van tijd tot tijd mee geconfronteerd worden dat grootbedrijven een termijn van soms wel 75 of nog meer dagen nemen om de door u gestuurde factuur te betalen. Men beschouwt dit als een vanzelfsprekende en goedkope wijze van krediet, terwijl u als MKB-ondernemer het factuurbedrag met inbegrip van de BTW dient voor te financieren, althans indien geen sprake is van factoring met bevoorschotting. Dit leidt dan weer tot aanzienlijke kosten.

Ondernemers vragen al jaren om maatregelen om dit soort oneerlijke handelspraktijken tegen te gaan en de betaalcultuur in de handelsketen te verbeteren. De schade die leveranciers ondervinden is groot. Volgens schattingen belopen de jaarlijkse kosten van achterstallige betalingen tussen de 3 en 6 miljard euro. Uit angst om de handelsrelatie niet te verstoren en opdrachten te verliezen gaan leveranciers veelal akkoord met extreme termijnen.

In de politiek bestaat al vele jaren aandacht voor deze problematiek. Reeds in 2000 kwam een eerste Europese Richtlijn tot stand waarin werd beoogd de positie van crediteuren ten opzichte van hun wanbetalende debiteuren te verbeteren. Dat leidde weliswaar tot een aanpassing van onze nationale wetgeving, maar op verschillende punten beantwoordde de nieuwe regeling niet aan de verwachtingen. Als vervolg daar op heeft de Eerste Kamer op
7 maart 2017 een initiatiefvoorstel van CDA en PvdA “Tegengaan onredelijk lange betaaltermijnen” aangenomen. Deze wet is een verdere uitwerking van de Europese Richtlijn.

In de nieuwe wet wordt Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek aangepast. De norm blijft om binnen 30 dagen te betalen. Voor overheidsinstellingen is het sowieso al verplicht om een factuur binnen 30 dagen te voldoen. Bedrijven mogen onderling afwijken van deze norm tot een termijn van maximaal 60 dagen. De nieuwe wet richt zich op de relatie tussen grootbedrijven in de positie van afnemer en MKB bedrijven en zzp’ers in de positie van leverancier. Een contractbepaling waarin wordt overeengekomen dat de betaaltermijn langer is dan 60 dagen is nietig. Hierdoor valt de betaaltermijn automatisch terug tot 30 dagen, net als in een situatie waarin geen bepaling is opgenomen over de betaaltermijn. Zodra zo’n debiteur de factuur dan niet binnen 30 dagen voldoet, is van rechtswege rente verschuldigd over de periode dat de betaling de 30 dagen heeft overschreden.
De nieuwe wet zorgt er samengevat voor dat volstrekt duidelijk is dat extreem lange betaaltermijnen juridisch niet zijn toegestaan. Bedrijven die langere termijnen dan 60 dagen opleggen of bedingen overtreden de wet. Ook de juridische positie van de leverancier wordt verbeterd. Van rechtswege ontstaat een vordering van de leverancier op de afnemer. Deze blijft tot 5 jaar na dato in rechte opeisbaar. Hierdoor kunnen leveranciers ook in een later stadium en met terugwerkende kracht invorderingskosten en wettelijke rente bij hun afnemer opeisen.

De vrees van de leverancier om met zo’n actie de handelsrelatie wellicht te verstoren of om opdrachten te verliezen wordt naar mijn mening door de nieuwe wet niet direct weggenomen. Wellicht is de nieuwe wet wel de start van een bewustwordingsproces dat het “not done” is de MKB-ondernemer onredelijk lang op zijn geld te laten wachten.

mr. E.A.M. Claassen

 

Actueel Nieuws

Nieuws