Volkert van der G. en de voorwaardelijke invrijheidstelling

Op dit moment is actueel de – zoveelste – procedure met betrekking tot Van der G. en de vraag of hij nu wel of niet terug moet naar de cel. Maar hoe zit dat eigenlijk? Een kort overzicht van de wettelijk regeling.

De vervroegde invrijheidstelling

Iedereen zal wel eens hebben gehoord dat je in Nederland een (tijdelijke) gevangenisstraf niet helemaal hoeft uit te zitten. Althans: meestal. Overigens: daar is Nederland niet uniek in. Alle westerse landen hebben een dergelijk systeem. En vaak nog (veel) ruimer dan in Nederland.

Nog niet zo lang geleden kende de wet de vervroegde invrijheidstelling. Kort gezegd: als je 2/3 van de gevangenisstraf had ondergaan, kwam je “volautomatisch” vrij. Of dat verstandig was of niet, het gebeurde gewoon. Aan deze invrijheidstelling konden geen voorwaarden worden verbonden: en de invrijheidstelling kon ook niet worden geweigerd of herroepen.

De voorwaardelijke invrijheidstelling

In 2008 is de wet veranderd. Niet langer wordt gesproken van vervroegde invrijheidstelling, maar van voorwaardelijke invrijheidstelling. Belangrijker echter is dat de invrijheidstelling niet meer volautomatisch is en bovendien, dat aan de invrijheidstelling allerlei voorwaarden (kunnen) worden verbonden. Daarnaast geldt sinds 2008 dat de invrijheidstelling kan worden geweigerd én – eenmaal toegestaan – ook weer kan worden herroepen.

De wet bepaalt nu dat bij een gevangenisstraf van langer dan 1 jaar en ten hoogste 2 jaren, iemand in vrijheid wordt gesteld als de veroordeelde tenminste een jaar heeft gezeten en van het meerdere boven het jaar tenminste 1/3 heeft uitgezeten. Bij een straf van 2 jaren of meer geldt de oude regel dat de invrijheidstelling volgt na 2/3 van de straf. Alleen bij levenslange gevangenisstraf geldt deze regel niet. In Nederland is levenslang (nog steeds) echt levenslang.

Mensen met een gevangenisstraf tot 1 jaar, moeten de straf dus gewoon helemaal uitzitten. Zij kunnen niet eerder vrijkomen.

Proeftijd en algemene voorwaarde

Aan de invrijheidstelling wordt sinds 2008 altijd een proeftijd verbonden, van minimaal een jaar. En ook wordt aan de invrijheidstelling in ieder geval altijd de algemene voorwaarde verbonden dat betrokkene tijdens de proeftijd (die in gaat op het moment van invrijheidstelling) geen nieuwe strafbare feiten mag plegen. Doet hij/zij dat wel, dan zal betrokkene niet alleen voor dat nieuwe feit worden vervolgd, maar zal dat ook betekenen dat het OM een procedure zal starten om betrokkene wegens het overtreden van de voorwaarden weer de cel in te krijgen. Om de oude straf alsnog helemaal uit te zitten.

Bijzondere voorwaarden

Aan de invrijheidstelling kunnen echter ook één of meerdere bijzondere voorwaarden worden verbonden. Denk bijvoorbeeld aan een contactverbod met bepaalde personen, een locatieverbod, verplicht contact met de reclassering, een behandelverplichting, of een alcohol – of drugsverbod, al dan niet gecombineerd met elektronisch toezicht.

Kortom: als dat volgens het OM – in overleg met de directeur van de gevangenis waar betrokken verbleef en de reclassering – nodig is, dan kunnen aan de invrijheidstelling langdurig ingrijpende voorwaarden worden verbonden.

Herroepen voorwaardelijke invrijheidstelling

Als het OM van oordeel is dat iemand zich tijdens de proeftijd niet houdt aan één of meerdere van de voorwaarden, dan kan het OM bij de rechtbank een procedure starten waarin aan de rechter wordt gevraagd om te bepalen dat de invrijheidstelling moet worden teruggedraaid. En iemand dus weer vast moet komen te zitten.

En dat is de procedure die nu speelt rondom Volkert van der G. en waarin de rechtbank op 6 februari 2017 uitspraak moet doen. Uiteraard een procedure waarin betrokkene de gelegenheid heeft zijn/haar kant van het verhaal te doen en waarin bijvoorbeeld ook voor de reclassering een belangrijke rol kan zijn weggelegd.

Want als er sprake is van verplicht reclasseringscontact tijdens de proeftijd, dan is het ook de reclassering die uiteindelijk aan het OM rapporteert over het verloop van het toezicht en over de vraag of betrokkene zich wel of niet aan het toezicht heeft gehouden. En dát nu is de vraag die de rechtbank in de zaak van Volkert van der G. moet beantwoorden. Vindt de rechtbank dat hij zich niet voldoende heeft ingespannen in de contacten met de reclassering, dan keert Volkert weer terug naar de cel. Denkt de rechtbank daar anders over of wil men hem bijvoorbeeld nog een laatste kans geven, dan wordt de vordering van het OM afgewezen en blijft hij (nog) in vrijheid.

Weigeren voorwaardelijke invrijheidstelling

In sommige gevallen echter, kan het zijn dat het OM van meet af aan eigenlijk helemaal niet wil dat iemand voorwaardelijk in vrijheid wordt gesteld. Of in ieder geval nog niet op het moment dat de wet voorschrijft. Daarvan kan onder meer sprake zijn als iemand zich tijdens de detentie heeft misdragen (bijvoorbeeld nieuwe misdrijven heeft gepleegd), als iemand uit de gevangenis is uitgebroken of daartoe een poging heeft ondernomen, of als het recidivegevaar (gevaar op herhaling) niet met het stellen van allerlei voorwaarden voldoende kan worden beperkt.

In dergelijke gevallen kan het OM voorafgaand aan het moment van invrijheidstelling een procedure starten en de rechtbank vragen te bepalen dat er geen voorwaardelijke invrijheidstelling zal volgen, of pas op een later moment. Uiteraard geldt ook dan dat betrokkene daarover door de rechtbank wordt gehoord.

Kortom: invrijheidstelling is tegenwoordig niet meer zo automatisch en ongecontroleerd als het vroeger was. Er is een hoop veranderd.

Het is niet aan mij om te voorspellen wat de rechtbank in deze zaak zal beslissen. Simpelweg omdat ik het dossier niet ken. Maar één voorspelling durf ik wel aan: het zal vast niet de laatste procedure rondom Volkert van der G. zijn.

Henk Voors