De ontnemingsprocedure: een praktijkvoorbeeld van handig procederen

15-01-2019
De ontnemingsprocedure: een praktijkvoorbeeld van handig procederen

Nog niet zo lang geleden stond ik een cliënt bij die verdacht werd van handel in harddrugs en die daarmee volgens het OM ruim € 280.000,-- zou hebben verdiend. Een bijzondere zaak. Cliënt was de pensioengerechtigde leeftijd al gepasseerd en opereerde vanuit zijn woning. Hij was zo slecht ter been dat hij bijna nooit meer buiten kwam. Hij had een gave bekentenis afgelegd en bovendien ook nog eens precies voorgerekend welke drugs en hoeveel hij normaal gesproken in voorraad had, hoe lang hij daarmee deed, en welke prijzen hij hanteerde. Je zou denken dat daarmee het opstellen van een goed onderbouwde voordeelberekening een koud kunstje is. Maar niets bleek minder waar.

De eerste reactie van cliënt op de ontnemingsvordering was er één van ongeloof. Natuurlijk had hij met zijn handel geld verdiend: maar van verdiensten als door het OM berekend was absoluut nooit sprake geweest. Op zich een reactie die ik wel vaker hoor. Maar in dit geval voelde ik wel aan dat er ergens iets niet leek te kloppen.

In de berekening werd per soort drugs voorgerekend wat de winst per 4 weken was geweest. Daarbij werd uitgegaan van de hoeveelheden die bij cliënt waren aangetroffen en hetgeen hij daar zelf over had verklaard. Dat werd vervolgens steeds vermenigvuldigd met 24 om te komen tot de ten laste gelegde (en bewezenverklaarde) periode. En in die berekening bleken een paar kanjers van fouten te zitten. Ik noem een paar voorbeelden.

Met betrekking tot MDMA werd in het dossier uit gegaan van een bij cliënt aangetroffen hoeveelheid van 525 gram. En een daarmee te behalen winst per 4 weken van € 4.200,--.  Er zat zelfs een foto bij van het doosje met daarin de MDMA die bij cliënt was aangetroffen. Cliënt herkende het doosje als het zijne: en de hoeveelheid MDMA die op de foto stond kon ook wel kloppen. Alleen: dat kon nooit ruim een halve kilo zijn.

Na flink spitten bleek dat er van alles fout was gegaan met de sealbagnummers en de verschillende monsters die naar het NFI waren gestuurd. Uiteindelijk kwam boven water dat de inhoud van het doosje niet 525 gram was geweest, maar 10,63 gram. Een wereld van verschil. En dus: dat de winst per 4 weken niet € 4.200,-- was geweest, maar nog geen € 100,--. Een bedrag dat veel beter leek te passen.

Maar ook bij de berekening van de winst met de handel in speed was het gruwelijk misgegaan. Cliënt had zelf verklaard dat hij de speed inkocht voor € 20,-- per 10 gram en verkocht voor € 50,-- per 10 gram. In de berekening was echter uitgegaan van € 20,-- per gram en € 50,-- per gram. En dus: een factor 10 méér. Terwijl iedereen met verstand van zaken kan weten dat een prijs van € 50,-- per gram speed nergens op slaat.

Deze fout betekende dat niet moest worden uitgegaan van een winst per 4 weken van € 5.000,-- maar van € 500,--. 

Samen met nog wat andere fouten in de berekening maakten met name deze twee blunders het grote  verschil. Want de winst per soort drugs per periode van 4 weken werd immers steeds vermenigvuldigd met 24. En dan gaat het hard.

Mijn herberekening sloot op € 44.286,96 tegenover de door de recherche berekende winst van ruim € 280.000,--.

Omdat de rechtbank had bepaald dat er geen schriftelijke ronde zou zijn in de ontnemingszaak moest ik de complete herberekening in pleidooi aan de rechtbank voorhouden. En omdat het lastig pleiten is als het om cijfers en berekeningen gaat zou dat een hele klus worden. Met het gevaar dat bepaalde  punten niet goed zouden beklijven.

Om dat te voorkomen koos ik voor een andere aanpak. Al een week voor de zitting stuurde ik mijn hele pleidooi inclusief herberekeningen aan de rechtbank en de Officier van Justitie toe. Een ongebruikelijke stap die niet vaak wordt genomen maar soms heel goed kan uitpakken. En dat bleek.

Al direct aan het begin van de zitting ging de Officier van Justitie door het stof, erkende de blunders en halveerde de vordering naar aanleiding van wat ik op papier had gezet. De rechtbank liet blijken erg blij te zijn met mijn aanpak en bevroeg de Officier vervolgens aan de hand van mijn pleitnota zeer kritisch. De uitspraak klonk als een klok: de vordering werd terug gebracht tot het door mij berekende bedrag.

Terugkijkend denk ik dat afgezien van het nodige spitwerk met name het van te voren opsturen van mijn pleitnota de doorslag heeft gegeven. Een spannende stap omdat je steeds het gevoel houdt dat je van te voren iets prijsgeeft: maar soms de enige manier om je punt te maken.

Wel is het zorgelijk dat het OM zich kennelijk op berekeningen baseert die kant noch wal raken. En de recherche dergelijke berekeningen weet te produceren. Als verdachte kan je dat zeer duur komen te staan.

 

Heeft u vragen over ontnemingsvorderingen of bent u betrokken in een procedure? Neem vrijblijvend contact met mij op: mr. H.J. Voors.